|
|
Leven op de grens tussen orde en chaos
Als iemand bijna drie maanden lang bezig is met het stapelen van stoelen, is hij dan gek of een geniaal kunstenaar? Lars F. Nieuwenhuizen wil laten zien dat gekte en genialiteit niet zo makkelijk te onderscheiden zijn. Kunst is voor hem een manier om de behoefte aan structuur in zijn leven vorm te geven.
Kunstenaar Lars F. Nieuwenhuizen is een van de meer dan honderd creatievelingen die hun intrek hebben genomen in de Biotoop, een oude dependance van de universitaire studie biologie in Haren die is omgebouwd tot creatieve enclave. Er wordt nog steeds druk gebouwd: een paar mannen met lange baarden zijn een raam aan het vervangen en vertrapte Opels, oude Volkswagenbusjes en Volvo 940’s rijden af en aan met nieuwe spullen.
Nieuwenhuizen heeft zijn atelier en woonruimte in een oud marine-biologielokaal. Terwijl hij honderduit vertelt over zijn werken wijst hij naar de nog aanwezige instrumenten in de ruimte. Spoelbakken, tafels, de zuurkast waarin de kweekjes stonden. Zijn kunstwerken hangen verspreid over de verschillende wanden van het oude lokaal. Het is er ontzettend schoon en opgeruimd.
Als kind merkte Lars dat hij een enorme behoefte had aan structuur. Aan tafel sorteerde hij de steentjes van zijn Dominoset op kleur, en een dagje vissen kon niet worden afgesloten zonder het visgerei weer precies op de juiste manier in de kast te leggen.
Deze drang naar orde zorgde soms voor moeilijkheden: "Iemand wiens honderden cd’s altijd precies op alfabet moeten staan, zoekt snel zijn toevlucht in roesmiddelen". Tijdens zijn studietijd verdiende hij wat bij als verkoper in de lokale skate- en modezaken, maar had er moeite mee om keuzes te maken.
Via een aantal omwegen kwam Lars op de kunstacademie Minerva in Groningen terecht. Hij besloot na 2 ½ jaar interieur architectuur aldaar de richting autonome beeldende kunst te kiezen, iets dat hem juist angstaanjagend veel vrijheden bood. Een docent raadde hem aan om een kuil te graven. Tijdens het graven zou hij dan een openbaring krijgen over wat hij wilde maken.
Dat werkte. Nieuwenhuizen besloot zijn werk te centreren rond structuur en regelmaat, iets dat zijn leven beheerste maar waar hij toch zo veel moeite mee had. Voor zijn afstudeerproject aan Minerva stapelde hij vier eetkamerstoelen op duizenden manieren op elkaar aan de hand van een soort wiskundig model. Van elke stabiele combinatie maakte hij een foto en deze foto’s hing hij op in de expositie-galerij van het academiegebouw. Hij studeerde af met een 3 achten en een negen.
Maar is iemand die drie maanden lang stoelen stapelt nu gek of geniaal? “Het is een chaos in mijn hoofd”, stelt Nieuwenhuizen. Daarom schep ik orde. Nu gaat het goed, maar er zijn tijden geweest dat hij doorsloeg in zijn drang naar ordelijkheid. “Dan moesten de kranten bij de kranten in een bak, en de tijdschriften bij de tijdschriften. De spullen van mij en mijn vriendin mochten absoluut niet door elkaar liggen”. De vriendin heeft hij inmiddels niet meer, maar de kranten liggen weer gewoon op tafel.
Voor Nieuwenhuizen is kunst een manier om zijn gedachten te structureren en de wereld om hem heen ordelijk te maken. In zijn atelier is dan ook bijna alles kunst. De stoelen van zijn afstudeerproject staan gewoon aan de eettafel. De planken waar zijn keuken van aan elkaar hangt zijn een oud werk van hem, evenals de oude beeldbuis onderdelen op het zuurkast aan de muur. Iemand die zo veel dingen mooi kan vinden, zal wel een mooi leven hebben.
Joris Heijkant
(N.a.v. een interview over achtergronden en kunst. Voor zijn master-studie journalistiek aan de rijksuniversiteit te Groningen oktober 2015)
Tekst door Drs J. Beltman n.a.v. PROMO #13 @ Np3
Lars F. Nieuwenhuizen Romanticus, minimalist en conceptualist op zoek naar oneindigheid Vrijdag 16 mei 2008. Het is de dag van de eindpresentatie van de Groningse kunstenaar Lars F. Nieuwenhuizen in NP3. Na een intensief verblijf van zes weken in de presentatie annex werkruimte PROMO, wordt het lokaal met de hoge witte muren gedomineerd door kunstwerken waarbij allemaal - weliswaar op wisselende wijzen - het element structuur domineert. E n muur is bijvoorbeeld gevuld met een reeks foto’s van dezelfde archetypische stoel in steeds wisselende aanzichten. De foto’s hangen niet op een ‘toevallige’ volgorde, maar er ligt een uitgekiende rekenkundige formule aan ten grondslag, die resulteert in een strakke visuele ordening. Dezelfde stoel keert ook terug in een videosculptuur, bestaande uit vier gestapelde televisies. De afzonderlijke schermen tonen - net als de foto’s - steeds dezelfde stoel, maar in verspringende houdingen, waardoor een scala aan - berekende - combinaties mogelijk ontstaat. Dan is er nog een derde werk, waarbij het begrip structuur op de meest letterlijke wijze terug komt. Aan n van de lange witte wanden hangt ongeveer in het midden een rechthoekig paneel waarin een patroon van elkaar kruisende rechte en diagonale lijnen is gekerfd. Dit paneel met zijn strakke, maar ook willekeurig ogende structuur van uitsneden was oorspronkelijk een zaagblad. Door het als een objet trouv aan de muur te hangen heeft Nieuwenhuizen het onderdeel gemaakt van een kunstwerk. Hij heeft het lijnenspel namelijk laten doorlopen buiten het kader van de plank, door met een donker potlood de strepen op de muur door te trekken. De beschouwer zou zich kunnen voorstellen hoe de lijnen nog verder zouden doorlopen, tot buiten het kader van de witte muur en dat de hele ruimte doortrokken zou zijn van een oneindige lijnenstructuur die de bezoeker zouden omsluiten. ‘Dat zou je inderdaad kunnen doen’, beaamt de kunstenaar, ‘maar dan word je ook geconfronteerd met een dilemma’. Want moet je bij het ordenen van deze schijnbaar chaotische structuur je beperken tot n wand om het overzicht te bewaren of ga je inderdaad tot in het oneindige door met alle gevolgen van dien? Het zaagblad is een mooie weerslag van de problematiek waar Nieuwenhuizen zich op dit moment van schrijven mee bezig houdt: namelijk het ordenen van de chaos middels visuele structuren. Hoewel zijn jonge oeuvre wordt gekenmerkt door verschillende verschijningsvormen en derhalve niet heel vormvast is, loopt bovengenoemde problematiek als een rode draad door zijn werk heen. Een andere constante binnen zijn werk is zijn voorkeur voor strak geordende, minimalistische beelden en herhalingen. Aanvankelijk studeerde Nieuwenhuizen interieur architectuur aan Academie Minerva, maar stapte na drie jaar over naar de richting autonoom. De vrije kunst bleek een uitstekend middel om zijn nieuwsgierigheid en onderzoekende houding mee te verkennen. In veel van zijn ruimtelijke werken, installaties en wandobjecten komt de drang tot ontleden, onderzoeken, doorgronden en in kaart brengen terug. Een treffend voorbeeld is het vroege werk Het produkt uit 2003, dat is opgebouwd uit vijfentwintig witte tl-buizen van verschillende diktes die zijn bevestigd op een zwart rechthoekig geschilderd vlak en daarmee sterk doen denken een barcode. De strenge zwart-wit contrasten en nadruk op verticale lijnen geven het werk een grafisch en ‘strak’ karakter. Hoewel de afstanden tussen de buizen steeds vari ren, zijn deze net als bij een streepjescode niet willekeurig. Zoals de barcode in het dagelijks gebruik een gecodeerde verwijzing is naar een product of soms zelfs identiteit, is Nieuwenhuizens structuur van verticale lijnen een weerspiegeling van de ruimte waarvoor het werk is oorspronkelijk is gemaakt: de locatie numerieken van de ruimte dienden als input voor de standaardformule waarmee de unieke barcodes worden berekend. Net als bij Het produkt, gebruikt Nieuwenhuizen vaker rekenkundige methodes om gegevens uit de ons omringende werkelijkheid (lees: chaos) in visuele structuren te gieten, om zo die werkelijkheid op een andere manier te representeren. Elementen als strakke ordening en gebruik van formules, maken het verleidelijk om hem als rationele en conceptuele kunstenaar neer te zetten. Hoewel dat deels ook klopt, wil hij niet alleen de werkelijkheid in kaart brengen met formules, maar hij wil juist ook zichzelf en zijn beschouwers de werkelijkheid en de codes waarmee wij haar proberen te vatten laten voelen en beleven. Zoals bijvoorbeeld bij het werk 1m3 uit 2005, dat het beste te omschrijven is als een ‘actie’, waarbij de kunstenaar een vierkant gat met de exacte afmetingen en inhoud van een kuub heeft gegraven in zijn achtertuin in het Groningse Winsum. Hij stelt daarmee niet alleen de vraag wat een kuub is - namelijk een element uit een door de mensheid bedacht systeem om te werkelijkheid mee te kadreren en hanteren - maar hij wil ons vooral de werkelijke omvang van een kuub laten ervaren door deze tastbaar te maken in vorm van een kuil en een berg zand. Niet alleen het ‘weten’, maar zeker ook het ‘ervaren’ blijkt een belangrijke plaats in te nemen binnen zijn oeuvre. Nog duidelijker dan bij 1m3 wordt dat bij de ‘wandtekening’ Alles is n (2005). Met een zwarte benzinemarker tekende de kunstenaar vier hagelwitte muren van een lege ruimte helemaal vol met een duizelingwekkend aantal turfjes. De zwarte streepjes confronteren de beschouwer niet alleen met het monnikenwerk dat de kunstenaar heeft verzet, maar hebben vooral een overrompelend effect. De gelijkmatige structuur van de turfjes laat zien dat Nieuwenhuizen niet alleen een conceptualist en minimalist is, maar dat er ook een romanticus in hem schuilt. Zoals de Duitse 19e-eeuwse schilder Caspar David Friedrich de natuur gebruikt om het ongrijpbare van onze verschijningswereld mee aan te geven, gebruikt Nieuwenhuizen abstractie, codes en herhaling voor hetzelfde doel. Het gegeven dat alles onderdeel is van een groter systeem - zoals een turfje dat enerzijds slechts een streepje is en anderzijds deel uit maakt van een grotere structuur - roept Alles is n bij de beschouwer een overweldigend gevoel op, maar tegelijkertijd ervaart deze ook nietigheid. Misschien dat het effect van zijn eigen werk in de buurt komt bij een persoonlijke ervaring die hij had, toen hij voor het eerst werd geconfronteerd met werk van de Isra lische kunstenares Michal Rovner: ‘Op de Bi nnale van Veneti heb ik wel een uur lang naar een installatie van haar gekeken. Ik stond in een grote ruimte en werd omringd door vier wanden gevuld met kweekbakjes met daarin bacterieachtige zwarte schimmetjes die bewogen; het leek wel een dodenrijk waarin wij allemaal terecht zouden kunnen komen. Als je met zo’n beeld naar mensen zou kijken, kun je je voorstellen dat wij voor een grotere macht ook maar nietige ondingen zijn. Op dat moment had ik dat gevoel van nietigheid, dat je even helemaal niks voelt. Dat vond ik mooi’. Zoals hierboven beschreven wordt de ongrijpbaarheid bij Alles is n opgeroepen door het grote overrompelende formaat. Daarnaast suggereert Nieuwenhuizen ook een vorm van oneindigheid door hetzelfde turfje keer op keer te herhalen. Enerzijds lijkt hij het gevoel op te willen roepen van een niet te overziende oneindigheid of chaos, terwijl hij anderzijds lijkt te proberen deze te vatten door middel van een visuele structuur. Ironisch genoeg blijkt in het geval van Alles is n de structuur van turfjes tegelijkertijd een bevestiging van de oneindigheid, omdat het patroon een herhaling is. Deze ogenschijnlijke tegenstelling van het pogen om iets - de werkelijkheid, oneindigheid of chaos - te vatten en het bevestigen van de onmogelijkheid daarvan, komt ook terug in zijn eindexamenproject. Het werk uit 2006 met de zichzelf beschrijvende titel Kantel en stapel variatiemogelijkheden in 90°c rotaties met vier stoelen kloksgewijs is een installatie waarbij de wanden van een ruimte zijn volgehangen met foto’s van vier op elkaar gestapelde stoelen. Niet toevallig gebruikte hij dezelfde stoel die later terug zou komen in zijn werk voor NP3. Zowel de gefotografeerde stapelingen als het geheel aan foto’s vormen een visuele structuur van herhalingen en variaties, die het gevolg zijn van een zelfbedachte regel die de verschillende mogelijkheden genereert. Nieuwenhuizen probeert hier zoveel mogelijk opties in kaart te brengen, maar tegelijkertijd is het werk een bevestiging van het feit dat de mogelijkheden oneindig zijn. Ondanks de laatstgenoemde wetenschap heeft Nieuwenhuizen besloten zich tijdens PROMO toe te leggen op de ‘oneindige afronding’ van zijn eindexamenwerk. E n van de inzichten die hij tijdens zijn werkperiode in NP3 heeft verkregen, is dat een kunstwerk geenszins een afgesloten project hoeft te zijn. Concepten en gedachten die ten grondslag liggen aan een werk kunnen bronnen zijn waar eindeloos uit geput kan worden. Met deze stap brengt hij een centraal thema uit zijn werk - het ongrijpbare willen grijpen, het oneindige willen be indigen - in de praktijk.
Reactie Jan Robert Leegte n.a.v. PROMO #13 @ Np3
Het was plezierig landen in Groningen, in een bed van gedeelde roots. Lars kwam uit Winsum, mijn familie woonachtig een steenworp daar vandaan. Goed voor mij om even bijgepraat te worden over de huidige status van de stad Groningen, met name op kunstgebied. Ik had me niet ingelezen in het werk van Lars, wilde het onbevangen ervaren, en was zeer verast met het systematische karakter ervan. Lars zijn bekwaamste en belangerijkste 'tool' bleek wel zijn geduld. Of het werkelijk de geduld is getemd van frustratie weet ik niet, maar hij beheerst het met verve. We hebben samen gesproken over methoden van automatisering van het werkproces. Het lijkt overduidelijk dat zijn werk dat nodig heeft, ware het niet dat het handwerk van een seriematig werkende kunstenaar vaak een essentieel onderdeel uitmaakt van het eindprodukt. Lars wil alle mogelijkheden van een systeem tonen, met handwerk zul je moeten kiezen welke je gaat uitwerken. Door automatisering kan je ze allemaal zien met een druk van de knop, leidende tot een totaal verschillende aandacht en werkproces. Handwerk geeft gewicht en zingeving aan een keuze, hoe arbitrair die ook lijkt. In Lars zijn geval het opeenstapelen van 4 stoelen opgedoken uit een kringloopwinkel. De nonchalance van zijn keus van onderwerp in relatie tot de oerstrenge systematiek levert een lichtvoetig, miscchien zelfs ludiek laagje over het werk. Iets wat misschien wel een Gronings trekje genoemd kan worden, in elk geval Nederlandse naar mijn mening. Omdat ik zelf niet met seriematige processen werk, vond ik de 'stills' in zijn werk erg interessant. De losse momenten leverden prachtige skulpturen op. De ge soleerde beelden zijn door de (non) keus van onderwerp, namelijk de stoelen met hun eigen detail, vanzelf al erg vol. Ook voor het werk gebaseerd op de onderplaat van een zaagtafel, vol met zaagsneden in all richtingen door elkaar heen, is vol. Hier koos Lars wel voor een sculpturaal en "compact" eindbeeld. Het werk had het proces al in zichzelf verzameld, waardoor de factor tijd niet in een seriematigheid getoond hoefde te worden. Het zijn deze aspecten die Lars drijven en in de weg zitten. Het alles van een proces tonen is teveel voor een kijker, en slaat plat. Het tonen van slechts een moment in een proces levert wel een prachtig beeld op, maar communiceert het proces weer niet. Het is aan Lars om deze complexe puzzel te ontrafelen, en ongetwijfeld tot fascinerend werk zal leveren in de toekomst. september 2008  Werk van J.R. Leegte uit de expositie "Sainte Victoire - denken naar abstractie - #3 " http://www.safe-art.nl/
Lagen @ Medium Gallery
Written by Wouter Nijland
Lars F. Nieuwenhuizen is een jonge beeldend kunstenaar die een achtergrond heeft in interieur architectuur. In februari 2006 studeerde hij af aan de Academie Minerva te Groningen. Het werk van Nieuwenhuizen is vaak gebaseerd op systemen en structuren, opgebouwd uit herhaling en de veelheid en consequenties daarvan. In de Medium Gallery zal Nieuwenhuizen met het systeem en de structuur aan de slag gaan en wel met een contextspecifieke instelling, de eis die de Medium Gallery stelt aan de exposerende kunstenaars.
Midden in de woonwijk Indische buurt bevind zich de Medium Gallery, in een woonhuis. Sterker nog, het s een woonhuis. Lars heeft het aangedurfd om dit huis te transformeren tot zijn conceptueel kunstwerk. Hij heeft laten zien dat niemand ook maar een dag hetzelfde is, elke dag bevind je je op een ander nivo, ook al ben je op dezelfde plaats. Dit geld niet alleen voor jezelf, maar ook vooral in relatie met de mensen om je heen. Waar jij heen gaat en waar zij zijn geweest en waar ze heen gaan, heeft alles te maken met hoe zij zich verhouden tot jezelf.
Een zeer interessante benadering van hoe je in de wereld staat en hoe je tegen het leven aankijkt! Een aanrader voor wie open staat voor een doordenkertje! Een fris werk van een kunstenaar waarvan ik verwacht in de toekomst nog veel te horen en te zien.
April 2006
Tekst door Thomas Wildner N.A.V PROMO #13 @ Np3
Het was een intensief en prettig gesprek met Lars F. Nieuwenhuizen tijdens zijn PROMO verblijf in NP3. Zoals het meestal gaat, als je een kunstenaar voor het eerst in zijn werkplaats bezoekt om met hem over zijn werk te praten, ging het ook hier. Lars wilde mij meteen de ontwikkeling van zijn werk laten zien. Mij uitleggen hoe het is gekomen dat hij nu hier staat. Netjes chronologisch en lineair. Zo is immers de ontwikkeling het makkelijkst te verduidelijken. Het is een gebruikelijke strategie om iemand de gang van zaken voor te leggen en zijn beweegredenen duidelijk te maken. Maar toch heb ik hem verzocht om dat niet te doen. Om het juist anders te doen.
Wat is de laatste keuze die je hebt gemaakt?
Ik verzocht hem zijn vragen niet te zien als oorzaak en gevolg, als causale noodzaak van het voorafgaande werk, maar als een veld, of een poel van keuzes. Wanneer de keuzes zijn gemaakt is ondergeschikt. Wat overblijft zijn de keuzes zelf en die zijn vaak terug te brengen tot alsmaar weer de zelfde vragen. Zo ging het gesprek dan ook meteen over de vraag of toeval, en wat wij ervoor aanzien, niet vaak gezien moet woorden als verstrengeling van onafhankelijke complexiteiten. Aanleiding hiervoor was het patroon van sneden in de zaagplaat die Lars als uitgangspunt van een werk heef genomen
Via trefwoorden woorden als patroon, raster en systeem waren wij dan vrij snel bij Lars z'n fascinatie voor structuren en zijn onderzoek daarnaar.
Zijn structuren systemen?
Wat maakt een structuur interessant voor de kunst?
Hoe leidt een onderzoek structuur naar een interessant kunstwerk?
We spraken over de analyse van een kunstwerk door middel van en de differentie van structuurthema en informatie (Gestaltetheorie) en hoe de juiste verhouding van die twee tot spanning leidt. Soms nam ons gesprek een omweg zo als de informatietheorie van Shannon / Weaver, waarin zij de noodzaak van redundantie ( overbodige informatie ) voor een communicatiesysteem uitleggen. Soms een zijweg, zo als de vraag of er in esthetische zin een optimale spanning is? Fibonaccie, gouden snede (phi).
Uiteindelijk ging het gesprek dan, aan hand van het "stoelen stapel systeem", over de hoeveelheid aan variaties en of het nodig is om alle variaties te laten zien. Apart bekeken zijn een heleboel van de mogelijke stoelenstapelingen saaie beelden. De variaties lijken op elkaar, zodat een grote hoeveelheid ruis ontstaat. Om het met Vilem Flusser te zeggen: Informatie is een onwaarschijnlijke situatie. Hoe onwaarschijnlijker een situatie is des te meer informatie houd zij in. Gewoonte is een equivalent van entropie. ( thermodynamica, Shannon / Weaver)
Dus zou er n stapeling zijn, n heel uitzonderlijke , die meer over het systhem vertelt dan de hele hoeveelheid van variaties bij elkaar?
De keuze om het antwoord niet binnen het kader van het systeem zelf te zoeken maar als het ware het structuurthema te veranderen, is heel verstandig. Of Lars zijn systeem nu aan een metastructuur onderwerpt, of het systeem door "de mangel van de vertaling" naar een ander medium haalt, maakt niet uit. De grenzen van het systeem worden dan zelf onderdeel van de het werk, en dat levert ruimte voor fouten en verassing en maakt het verschil duidelijk tussen wetenschappelijke analyse en beeldende kunst.
Het hele gesprek door lag het abstractie niveau vrij hoog. Telkens weer haalden wij Lars z'n werk erbij om ons denken aan concrete voorbeelden te spiegelen. Nieuw en oud werk door elkaar heen zo dat ons de voorkeuren voor bepaalde keuzes duidelijker werden.
Thomas Wildner, Mei 2008

Thomas Wildner details van: Unlimited line, 18 moves, 2006 Field of probabilities
Tekst door Jan Maarten Voskuil N.A.V. PROMO #13 @ Np3
Lars F. Nieuwenhuizen heeft mij gevraagd een dag naar Groningen te komen. Een hele eer natuurlijk. Voor mij is het een hele nieuwe ervaring; coaching. Het klinkt een beetje modieus, maar ik kan me voorstellen dat het voor kunstenaars, zeker als ze een beetje afgelegen wonen, heel nuttig kan zijn om een hele dag te praten met een kunstenaar naar keuze over hun werk en toekomst. Helaas kon ik maar n dag vrijmaken in de periode dat Lars in Residency zit bij NP3. Maar de CD die Lars mij toezond met zijn werk leek mij zeker de moeite waard om naar Groningen te reizen. Vooral het eindexamenwerk uit 2006 maakte indruk op mij. Lars heeft twee maanden lang foto’s gemaakt van alle mogelijke variaties waarop stoelen, volgens een van te voren bepaald systeem, gestapeld kunnen worden. Zoiets zou je ‘generatieve kunst’ kunnen noemen. Generatieve kunst zou voor kunstenaars heel aantrekkelijk moeten zijn omdat ze zichzelf nog eens kunnen verassen. Je gevoelens willen uiten of mening spuien, wat de meeste kunstenaars beogen, kan in het beste geval ‘slechts’ lukken, maar verassen kan het natuurlijk niet. Je weet tenslotte al wat je wil. Maar, de meeste kunstenaars vinden het toch niet zo aantrekkelijk om werk te maken waarvan de uitkomst min of meer ongewis is. Gelukkig vind Lars het geen probleem om maanden lang een van te voren uitgestippelde route te bewandelen n zich te laten verassen. Het resultaat van het stoelenproject is verbluffend. Honderden foto’s van almaar veranderde mogelijkheden en dan heeft hij nog maar een 1/16de van alle mogelijkheden gefotografeerd. Op een afstandje doen ze denken aan Japanse karakters, maar wat doen al die zwarte foto’s ertussen? Het zijn stapelingen die onmogelijk zijn, omdat de stapeling in elkaar zou storten. In n klap begrijp ik ook waarom Lars zo weinig de computer gebruikt, generatieve kunst is eigenlijk bij uitstek geschikt voor de computer. Hijzelf zegt er de behoefte aan te hebben om dingen met de hand te maken, maar dat is voor mij geen echte reden. Het werk z lf is de reden. Je hebt nu eenmaal de zwaartekracht nodig, het zijn echte stoelen (Lars heeft trouwens ook nog een achtergrond in het interieur design, wat sommigen wellicht ook relevant zullen vinden). Het merendeel van de foto’s is zwart. Hier zit voor mij de kracht van het werk. Het is eigenlijk bijzonder dat er nog zoveel stapelingen blijven staan. Dit maakt de stapelingen wonderlijk en kwetsbaar zoals een bloem of eigenlijk alles in de natuur ook een soort wonderlijk ding is. Hierdoor begrijp ik ook goed dat Lars tevens een evolutie-bioloog als coach zou willen hebben. Voor mij is het stoelenwerk een prachtig begin. Mijn enige angst is dat Lars het graag als afgerond wil zien en weer met nieuwe dingen wil beginnen. Ik hoop maar dat hij de kwaliteiten van zijn eindexamenwerk meeneemt in z’n nieuwe experimenten, zodat er niet alleen een stapeling van stoelen achterblijft, maar er ook een stapeling van kennis ontstaat ook wel eens oeuvre genaamd. Jan Maarten Voskuil, April 2008

'14h02m58s' uit publikatie Jan Maarten Voskuil, '15 12 2006', 32 Triangualr Spare Parts, gepresenteerd tijdens opening in Kunstruimte 09, Groningen, 2007
Downloadbare Pdf>> Onderaan de pagina
Thesis
De Proef op de som.
Door: Lars .F. Nieuwenhuizen
Ongeveer gelijktijdig met een aantal andere stromingen was het opkomst van het dada sme een uitvloeisel van de modernistische maatschappij. Recalcitrantie is een reactie op een beschaving zoals ze is. Wat er keer op keer gebeurd is een afzetting tegen bepaalde beschavingen met hun opvattingen manieren en regels. Wie bepaald deze regels en hoe komen ze tot stand?
Het is zeer verassend om te zien hoe eenzelfde gedachte tot verschillende werken kan leiden. Marcel Duchamp speelde bijvoorbeeld met een bestaand maatsysteem. Het metrische stelsel nam hij niet langer serieus en maakte "trois stopagges talon"(+/-1914) waarbij hij met een meter ijzerdraad strak gespannen boven de grond de zwaartekracht en het toeval zijn nieuwe maatsysteem liet bepalen. Hij hield het ijzerdraad E n meter boven de grond en liet het los. De vorm die het draad aannam bij stilstand werd overgenomen in de vorm van een nieuwe liniaal. Dit herhaalde hij drie keer.
In mijn examenwerk heb ik ook een eigen systeem ontwikkeld waarbij ik vier stoelen in al hun mogelijke posities en standen op elkaar stapel. Deze stapelvariaties leg ik fotografisch vast en presenteer ik in een strenge ordelijke wijze over een hele ruimte. "Kantel en stapel variatiemogelijkheden in 90° rotaties met vier stoelen kloksgewijs" Dit eigen systeem kent regels en vormen voor mij een beperking die ik nodig heb in het verkrijgen van een esthetisch eindbeeld. In mijn werken is het eindbeeld vaak een structuur die bestaat uit herhaling, waardoor het proces dat er aan voorafgaat ook een herhaling in handeling is. Binnen deze structuren is variatie mogelijk die ik aangrijp in het verkrijgen van veelheid. Deze variatie is een vrijheid binnen en beperking. Gelukkig zijn er binnen structuren en systemen waaruit alles bestaat uitzonderingen mogelijk waardoor contrasten ontstaan en subsystemen. In het werk "Tv kijken"stelde ik mij de opdracht een TV minutieus uit elkaar te halen en het te herrangschikken op de vloer met de regel dat het binnen een afmeting zou blijven van drie keer de maat van de oude tv, waarbij ik ieder onderdeel had ingedeeld naar zijn uiterlijke kenmerken.
Bij "1 m3" waar de titel al veel zegt over het werk, heb ik E n kubieke meter grond gegraven in exact het volume die links op de foto te zien is. Dit volume paste uiteindelijk ook behoorlijk nauwkeurig in het gegraven gat. De gegraven grond had echter een andere orde aangenomen en paste niet meer exact toen het werd terug gestort. Hierbij kwamen de verschillende kubieke meters niet overeen.
Naast het feit dat ik regels opstel is het voor mij zeer belangrijk dat ik deze haast dwangmatig uitvoer. Hier komt een fysieke daadkracht bij kijken welke ik zeer prettig vind. Je kunt je natuurlijk afvragen welk nut het heeft om een systeem rond vier stoelen te ontwikkelen, en deze uit te voeren? Maar kunnen we ons niet bij alles afvragen welk nut het heeft, en schieten we daar iets mee op? Het verschil echter met Duchamp’s werk en mijn werk is dat hij het laat bij het bedenken van het gereedschap voor een nieuw systeem, waarbij ik iets verder ga door de proef op de som te nemen. Deze proef levert mij de beoogde structuren op.
In mijn scriptie heb ik het over het werken met systemen en de gevolgen daarvan. Ook bespreek ik een aantal kunstenaars die zich bezighouden met systemen en structuren. Roman Opalka bijvoorbeeld die vanaf 1965 op doek van 1 tot ∞(oneindig) aan het tellen is volgens een bepaald systeem, Stanley Brouwn die heel consequent regels rondom tellen naleeft. Ook Sol LeWitt met zijn "Possible variations of incomplete open cubes" zal ik bespreken en daarnaast nog Jan Schoonhoven en On Kawara die ik zeker tot mijn verwanten reken. De hierboven genoemde kunstenaars hebben net als mij te maken met de esthetische consequenties door het naleven van regels.
|
|